|
Calcium-Guard
Witte afzetting op metselwerk
Bij nieuwbouwprojecten wordt het metselwerk regelmatig ontsierd door vervuiling van de gevel door cementsmet en witte afzettingen die in de bouw vaak 'salpeter' worden genoemd. Bij deze witte afzettingen kan het gaan om stoffen die afkomstig zijn uit de steen, de voegmortel of de metselmortel. De witte afzettingen op het metselwerk kunnen ontstaan door uitbloei of door uitloging/uitspoeling.
UitbloeiBij uitbloei worden de in het poriewater opgeloste stoffen uit het natte materiaal door capillaire werking getransporteerd naar het oppervlak waar het water verdampt. Daar worden ze zichtbaar zodra het water is verdampt.Uitbloei kan zich voordoen bij zowel de steen als de mortel. Bij bakstenen betreft de witte uitbloei vaak natriumsulfaat. Bij stenen van kalkhoudende klei kan ook kalk uittreden. Dan is een deel van die kalk niet gebonden. Uitbloei bij droging van vers voegwerk ontstaat doordat de in het mortelwater opgeloste stoffen aan het oppervlak van de voeg terecht kunnen komen. Dit kan met name gebeuren als de droging langzaam plaatsvindt, bijvoorbeeld door een hoge luchtvochtigheid of een hoger vochtgehalte van het metselwerk (.zie figuur 1). Bij betere droogomstandigheden kan het verdampingsfont in het materiaal liggen. De stoffen worden dan in het materiaal afgezet en er ontstaat geen uitbloei (zie figuur 2). Bij uitbloei op de (voeg)mortel gaat het in de meeste gevallen om calciumcarbonaat dat de voegmortel een lichtere kleur geeft. Dit calciumcarbonaat ontstaat uit calciumhydroxide dat vrijkomt bij de verharding van alle cementsoorten die voor metselwerk in aanmerking komen. Het calciumhydroxide dat redelijk in water oplosbaar is, komt het meest vrij bij zuivere portlandcement (CEM 1). Het kan ook in de vorm van kalk aan het voegmortel zijn toegevoegd. Aan het oppervlak reageert calciumhydroxide vrij snel met kooldioxide dat zich in de lucht bevindt. Bij dit proces, dat carbonatatie wordt genoemd, ontstaat calciumcarbonaat. Calciumcarbonaat is in zuiver water zeer weinig oplosbaar. In regenwater lost het wel op. Daardoor kan een zuivere kalkuitbloei bij muren die blootstaan aan beregening op termijn verdwijnen. Komt de regen niet op tijd of wordt het metselwerk door ligging of afscherming niet of nauwelijks beregend, dan kan het calciumcarbonaat door reactie met zwaveloxide uit de lucht worden omgezet tot calciumsulfaat (gips). Dan blijkt de uitslag zeer hardnekkig te zijn geworden. Reinigen met een zuurmiddel of softstralen zal dan nodig zijn om de gevel weer een acceptabel uiterlijk te geven. Zolang de mortel nog niet is gecarbonateerd, kan ook uitbloei optreden van alkalisilicaat. Aan het oppervlak ontstaat hieruit siliciumoxide dat nog slecht in fluorhoudende zuren oplost. Uitloging Bij uitloging komen de inhoudstoffen van de stenen of de mortel naar het zichtvlak als gevolg van water dat ergens het metselwerk binnendringt en op een lager gelegen plaats weer uittreedt. Als het water voldoende lang in het materiaal verblijft, kunnen stoffen uit het materiaal worden opgelost. Regenwater kan door de wind die op de gevel staat door spleetjes en dergelijke naar binnen worden geperst. Holten in het metselwerk raken dan met water gevuld en dat water blijft daar zolang de winddruk gehandhaafd blijft. Valt de druk weg, dan stoomt het water beladen met de opgeloste stoffen uit de voeg. bij een niet goed afgedekte muur kan het water van bovenaf intreden en dan via holten in het mortelstelsel of via perforaties in de (strengpers)steen door het metselwerk omlaag stomen om vervolgens ergens uit te treden. Wat uitstroomt zolang het nog regent, wordt afgespoeld en vormt dan geen probleem. Het water dat nasijpelt na de regenbui veroorzaakt afzettingen die vaak midden op de steen worden aangetroffen, onder de stootvoeg van de bovenliggende laag metselwerk. Als de voeg- en of metselmortel nog niet is gecarbonateerd kan in de afzetting calciumhydroxide an alkasilicaat aanwezig zijn. Aan het oppervlak carbonateren calciumhydroxide en alkasilicaat. Hierdoor ontstaat een afzetting die meestal alleen door middel van stralen kan worden verwijderd. ![]() Calcium-Guard®
Een admixture speciaal ontwikkeld ter voorkoming cq. sterke vermindering van vrije kalkuitbloeiing ( witte uitbloei op metselwerk ) uit minerale metsel- en voegmortels tijdens het hydrotatie- en uithardingsproces. Producteigenschappen: Calcium-Guard® is een admixture welke wordt toegevoegd aan cementgebonden mortels ter voorkoming cq. vermindering van vrije kalkuitbloeiing. Deze uitbloeiing ontstaat wanneer aanwezig vrije kalk door vochttransport het oppervlak van het metselwerk kan bereiken. De vrije kalk reageert met CO2 uit de lucht (carbonatatie). Er ontstaat calciumcarbonaat en deze kenmerkt zich door zijn witte uitslag op de ondergrond. Calcium-Guard® voorkomt dat vrije kalk middels vochttransport het oppervlak van het aanwezige metselwerk kan bereiken waardoor witte uitslag wordt voorkomen cq. sterk verminderd Andere kenmerken van Calcium-Guard® zijn:
Neem contact op met één van onze medewerkers. Wij helpen u graag!
|





